donderdag 19 november 2009

Mijn Nobel-kandidaat

Als afstammeling van het ooit zo machtige Inca-Koninkrijk is Juan-Luis (verantwoordelijke van het project) als prille twintiger gevlucht van Peru naar Bolivia.  Dit gebeurde als gevolg van de dodelijke terreurgolf van de guerrillia beweging het Lichtend Pad en de even afschuwelijke vergeldingsacties van het Peruaanse leger.   Als student sociologie werd hij door het leger automatisch voor linkse sympathieën vervolgd.  Echter zijn kruistocht is a-politiek getint en eerder een strijd tegen de onrechtvaardigheid en verpaupering jegens zijn arme indiaanse lotgenoten.   Een armoede die dezer dagen nog steeds tot uitdrukking komt in bijvoorbeeld de hongerlonen, werkloosheid, ondervoeding, kindersterfte, gebrek aan passende huisvesting, problemen in de gezondheidszorgen, falend onderwijs,... Geen strijd met bloed aan de handen à la mythische commandante Ché maar ééntje door educatie en vooral vorming met de eigen culturele  werkelijkheid als uitgangspunt. Iedereen zal ondertussen wel het verhaal kennen van beter een hengel te geven ipv de vis zelf.  Ondanks de zwarte sneeuw die hij gedurende de eerste jaren van zijn illegaal verblijf in Bolivia zag, belette het hem echter niet om de studies van psycholoog te volgen en een klein drukkerijtje te starten.  Tot op heden nog steeds een nevenactiviteit.   Later, als vader van drie kinderen, heeft hij zijn strepen verdient in tal van overheidsprojecten waaronder als; psycholoog,  voorlichtingsmedewerker op het platteland, als directeur van een huis voor straatkinderen, als directeur van Mendez Arcos -een opleidingscentrum voor een 120 tal jongeren, als directeur van een centrum voor sexueel mishandelden, als directeur van de jeugdgevangenis Therapio Varones,... In deze laatste hoedanigheid, toen hij nog pikzwarte haren had en ik over een volledige haardos beschikte, sloegen we voor de eerste maal de handen in elkaar tijdens de geslaagde renovatie van de jeugdgevangenis.   De vele functies die hij tijdens zijn loopbaan bekleedde zijn het gevolg van de partijpolitieke benoemingen (vriendjespolitiek) die door de vele machtswisselingen steeds veranderden.  Ondanks deze beter betaalde jobs had hij mettertijd zijn buik vol van deze wijzegingen en corruptiepraktijken en verkoos hij om begin 2008 daadwerkelijk het onafhankelijke integraal preventie-en vormingsproject Wawautas mee op te richtten in een buitenwijk van La Paz.   Een kwestie van vastberadenheid, koppigheid en hartstocht.  
Zijn (en mijn) droom is om het project Wawautas verder te laten groeien tot een soort harmonieus gemeenschapshuis met verschillende disciplines voor kinderen, moeders en adolescenten die in moeilijke omstandigheden verkeren.   Waarbij we consequent streven naar het creëren van kansen indachtig de drie basis principes van hun voorouders amusua, amayuya en amakella (niet stelen, niet liegen, niet lui zijn).   Stap voor stap zullen we dit met felle drift realiseren.   Eens temeer zonder betutteling of discriminatie.   Een utopie volgens velen...er zijn utopieën die onze instemming verdienen en waarvoor we dagelijks moeten vechten.   Ondertussen roeien we met de riemen die we hebben verder en voelt Juan Luis zich niet te beroerd om naast het leiden van het centrum ook de handen uit de mouwen te steken en tal van dagelijkse klussen te klaren.
Het zou wat te ver gaan, om te beweren dat Juan Luis de Nobel Prijs voor de Vrede zou verdienen voor zijn daden en niet enkel voor zijn pleidooien zoals anderen.  Maar ach, nobel-kandidaat misschien!    Uiteraard is dit louter mijn subjectief en persoonlijk oordeel dat waarschijnlijk hoogdravend klinkt maar Wawautas creëert dan ook iets van een warme gemeenschappelijke band tussen ons als een vage, lichte nevel die in de late lente een bergtop omsluiert.


Liefs,
Federico

woensdag 4 november 2009

La Paz, vrijheid van het imperfecte.

Zodra ik de lauwe avondlucht van La Paz voelde, wist ik reeds dat het goed was dat ik terug gekomen ben.  Al had de 38-urende calvarietocht tussen Lima en La Paz (bereikt dankzij wegomleggingen en buspech) direct volgend op de vliegtuigtrip me redelijk murw geslagen.   Ondanks deze vermoeidheid die me in een soort apathische gemoedsgesteldheid deed verzeilen, toverden de beklijvende beelden van de bruisende stad een glimlach alsook een frons op mijn gelaat.  Dit terwijl ik hijgend over de kapotte stoepen slenterde, die heuvel op heuvel af gaan, langsheen taterende lagere schoolleerlingen in witte uniformen, mannen die kranten uit venten of namaak rommel verkopen, haveloze loopneuskinderen die aan iedere voorbijganger een pakje zakdoekjes proberen te slijten, markten met grote bedrijfhigheid, warrige electriciteitspalen, penetrante urinelucht die op de meest onmogelijke plaatsen ineens in gezicht slaat, de vrolijke bontgekleurde Cholita-vrouwen, lanterfantende sjacheraars, dronkaards, mistroostige zwervers, radio´s die van het begin tot het einde van de straat verschillende opgewekte deuntjes spelen, aftandse toeterende wagens, kameraad-schoenpoetsers, bussen met koolmonoxide scheten, het verzicht van de majestieuze besneeuwde Andestop Illimani, de massa´s onafgewerkte in rode baksteen opgetrokken huizen, kortom de vrijheid van het imperfecte.   Merkwaardig genoeg - hoewel , misschien is dat helemaal niet merkwaardig - waren vele van deze details voor mij al verdwenen in de soep der jaren. Ik vergat nog de meutes uitgemergeld zwerfhonden met uitpuilende ogen te vermelden.  En daarmee zijn we aanbeland bij mijn dekselse vriendjes van de blaffende soort die me nog steeds niet welgezind zijn, daar drie exemplaren me aanvielen , waarvan er ééntje toch wel niet in zijn missie slaagde.  Hierop volgde een salvo van spaanse uitropen van mijn kant -hetgeen dan weer betekende dat mijn krom spaans snel terug is, maar dit geheel terzijde gezegd hebbende-. Het maakte mijn haat, hors categorie, jegens hen enkel maar groter temeer ik bij het vluchten nog in één van hun stinkende zachte drollen trapte.  Een ijdeltuit met een extreme pannenkoekenmix van foundation en poeder op haar gezicht stond erbij en keek er naar.  Het kon haar geen moer schelen.  Ze had ook enigzins pluizig haar, voor het geval het u interesseert.   Ik constateerde opgelucht dat de opgelopen wond niet levensbedreigend was en zette mijn koers verder.
De daarop volgende uren kon niets mijn vreugde temperen bij het betreden en zien van het draaiend project Wawautas.  Het duurde verscheidene dagen alvorens ik uit die roes ontwaakte, feitelijk tot onze westerse perfectie-mentaliteit van alles kan beter de kop op stak.  

Liefs,
Federico